Compare-project

In het kort
Hoofdonderzoeker Dr. Lies Korevaar
Betrokken instelling Hanzehogeschool Groningen
en Mbo Utrecht
Startdatum 1 mei 2019
Einddatum 31 december 2021
Aantal patiënten in onderzoek 100 jongeren met psychische problemen

De vraagstelling van het onderzoek
De meeste psychische aandoeningen komen voor het eerst tot uiting in de leeftijdsperiode van 16-23 jaar. De leeftijd waarop de meeste jongeren een studie volgen. Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat jongeren met een psychische aandoening meer kans hebben op voortijdig schoolverlaten. Dit heeft meestal weer tot gevolg dat een ontwikkeling naar (betaald) werk hierdoor stagneert. In de afgelopen vijftien jaar is er in Nederland groeiende belangstelling voor de Begeleid Leren-interventie die jongeren met een psychische aandoening ondersteuning biedt bij het volgen van een opleiding (Korevaar, 2005; Gezondheidsraad, 2014). Het onderhavige project richt zich op de wetenschappelijke onderbouwing van deze Begeleid Leren-interventie. Gezien het maatschappelijk belang van het psychisch welbevinden van deze jongeren, het voorkomen van voortijdig schoolverlaten en het verbeteren van de sociale inclusie is het belangrijk om inzicht te krijgen in de effecten van de Begeleid Leren-interventie.

Het onderzoek
In het project wordt gebruik gemaakt van een mixed methods design, waarin kwantitatief onderzoek (effectiviteitsstudie) gecombineerd wordt met kwalitatief onderzoek (interviews, monitoring, focusgroepen). De effectiviteit van de Begeleid Leren-aanpak wordt getoetst met een kwantitatieve, gerandomiseerde en gecontroleerde praktijkstudie (RCT, Randomized Control Trial), waarbij de effectiviteit van de Begeleid Leren-interventie wordt vergeleken met begeleiding as usual. De RCT wordt uitgevoerd bij jongeren met een psychische aandoening die in behandeling zijn (geweest) bij een GGz-instelling en daarna(ast) hun opleiding willen blijven volgen. Het betreft jongeren die een Mbo-opleiding (Mbo Utrecht) volgen en jongeren die een Hbo-opleiding volgen (Hanzehogeschool Groningen). Uit deze twee onderwijsinstellingen worden 100 jongeren gerekruteerd, die willekeurig worden toegewezen aan de interventie- of controlegroep. Er vinden metingen plaats bij aanvang en bij zes en bij twaalf maanden. Met de RCT wordt kwantitatief onderbouwd in welke mate de aanpak effectief is.
De effectiviteit van de interventie wordt gerelateerd aan de mate van modelgetrouw toepassen van de aanpak door de professionals (kwalitatief onderzoek). Hierdoor wordt niet alleen aangetoond dat de aanpak werkt, maar ook wat werkt (wat zijn de werkzame elementen van de interventie en welke randvoorwaarden doen ertoe), zodat de professional ook weet waarom de aanpak effectief (of minder effectief) is.

Verwachte output
De resultaten worden beschikbaar gesteld aan andere onderzoekers door publicaties in (inter)nationale peer reviewed tijdschriften en vormen ook een goede basis voor verder onderzoek naar het effect van Begeleid Leren op de verkrijgen van werk voor mensen met een psychische aandoening. De resultaten van een procesevaluatie tonen aan wat de werkzame elementen van de interventie zijn en kunnen aanwijzingen geven voor tekortkomingen in de uitvoering van de interventie of theoretische zwakheden, in het geval van onverwachte bevindingen in de effectevaluatie.
De interventie wordt opgenomen in de databank effectieve interventies van het NJI en van het Trimbos-instituut. De betreffende werkvelden krijgen (GGz en onderwijs) zo een effectieve interventie tot hun beschikking. Professionals van onderwijs- en GGz-instellingen worden daardoor competenter in het begeleiden van jongeren met een psychische aandoening bij het volhouden van een reguliere opleiding.

Het Compare-project wordt medegefinancierd door: