PSYCHISCHE AANDOENINGEN

Bij Begeleid Leren staat de studentenrol centraal en niet de patiëntenrol. Voor een goed begrip van mogelijke problemen die de student met een psychische aandoening ervaart bij het studeren kan het nuttig zijn om enige achtergrondinformatie te hebben over de desbetreffende aandoening. Op deze pagina wordt daarom informatie gegeven over:

  1. De definitie van psychische aandoening/ziekte
  2. De meest voorkomende psychische aandoeningen
  3. Mythes en feiten over psychische aandoeningen

1. Definitie van psychische aandoening

De term psychische aandoening wordt gebruikt om een beschrijving te geven van een psychische en emotionele gesteldheid die het denken, voelen en handelen zodanig beïnvloeden dat men niet optimaal kan functioneren in het dagelijkse leven.

Het begrip psychische beperking wordt vaak gebruikt als het functioneren van mensen als gevolg van hun aandoening wordt belemmerd in belangrijke levensgebieden als leren, wonen, werken en sociale contacten.

Iemand kan gedurende een aantal jaren te maken hebben met een psychische aandoening. De aandoening; de intensiteit en de duur van de symptomen verschillen van persoon tot persoon. Het verloop van een psychische ziekte laat zich vaak niet voorspellen.

Een psychische ziekte en de daarbij horende symptomen kunnen met behulp van medicatie en therapie worden bestreden en soms geheel verdwijnen. Een aantal aandoeningen kunnen echter periodiek terugkomen.

Sommige mensen met een psychische beperking hebben ondersteuning nodig; anderen periodiek of geheel niet

2. De meest voorkomende psychische aandoeningen

  • Angst en paniek stoornissen
  • Depressie
  • Persoonlijkheidsstoornis (o.a. borderline)
  • Psychotische stoornis
  • Eetstoornis (anorexia nervosa en boulimie)
  • Autisme

De informatie die hieronder staat beschreven is bedoeld als voorlichting, niet te gebruiken om een diagnose te stellen. Een psychische aandoening vereist professionele hulp om een diagnose te stellen en te komen tot een behandelplan.

Angst/Paniekstoornis

Iedereen is wel eens bang. Gelukkig maar. Angst kan mensen waarschuwen voor naderend gevaar, bijvoorbeeld als je wakker schrikt omdat je een brandlucht ruikt. Maar sommige mensen hebben last van angsten terwijl de omstandigheden daartoe geen aanleiding geven. Ze worden niet bedreigd, maar raken toch helemaal in paniek: het koude zweet breekt hen uit, hun hart gaat als een bezetene te keer, ze staan te bibberen op hun benen en halen snel en hijgend adem. Soms worden ze daarbij ook duizelig en misselijk. Mensen die dit vaak overkomt, lijden aan een paniekstoornis. Ze worden op de meest onverwachte momenten overvallen door de angst om dood te gaan, gek te worden, of de controle over zichzelf te verliezen.

De meeste mensen met een angststoornis zullen proberen situaties die angst oproepen te vermijden.

De meest voorkomende angststoornissen:

Fobieën

Het komt voor dat een persoon extreem angstig is voor een bepaald object (enkelvoudige fobie). Andere fobieën zijn breder, zoals de angst voor mensen, om te falen of te blozen. Dit zijn de sociale fobieën. mensen met een sociale fobie zijn vaak extreem verlegen. Ze voelen zich voortdurend kritisch bekeken en hebben steeds het gevoel het ‘niet goed’ te doen.

Iemand met straat en pleinvrees (agorafobie) durft nauwelijks alleen thuis, op straat of in grote drukke ruimtes te zijn. In die situaties voelt zo iemand zich in de steek gelaten, weerloos en doodsbang. Daarom gaat hij deze situaties vermijden, met als gevolg dat de wereld steeds kleiner Dwangstoornissen

Dwangstoornissen

Als iemand een dwangstoornis heeft, dwingen angst en onrust hem ertoe een bepaalde handeling steeds opnieuw te verrichten. Dat kan bijvoorbeeld zijn: de handen wassen, controleren of het gas uitstaat of het huis schoonmaken. Dat moet die persoon steeds opnieuw doen, ook al heeft hij het die dag al tien keer gedaan. Deze dwanghandelingen slokken zo een groot deel van de tijd op.

Hyperventilatie

Als mensen angstig zijn gaan ze vaak sneller en oppervlakkiger ademhalen. Je kunt je draaierig en duizelig voelen en bang zijn flauw te vallen of een hartaanval te krijgen. Daar lijkt het soms een beetje op. Deze lichamelijke klachten, die overigens niet iedereen in ernstige mate heeft, zijn onderdeel van de paniekgevoelens.

Post-traumatische stress stoornis

Een psychologische term voor specifieke symptomen die optreden t.g.v. het blootgesteld zijn aan (sexueel) geweld, levensbedreigende situaties en natuurrampen

Stemmingsstoornissen

Depressie

Iedereen kent wel momenten van somberheid of van verdriet. Bijvoorbeeld als reactie op tegenvallers of op ingrijpende gebeurtenissen. Meestal duren deze niet langer dan enkele uren of dagen. We spreken van een depressie als de somberheid langer dan twee weken duurt. Een depressie is dus iets anders dan een sombere bui. Depressie is een ziekte. Iemand die somber is kan soms opgevrolijkt worden door mensen uit zijn omgeving. Bij iemand die depressief is, lukt dat niet. Dat is geen kwestie van onwil. Het hoort bij de ziekte. Overigens is depressie een ziekte die goed te behandelen is. In Nederland lijden per jaar tegen de 500.000 mensen aan een vorm van depressie. Een depressie kan op elke leeftijd voorkomen, dus ook bij kinderen en ouderen.

Verschijnselen

mensen met een depressie voelen zich lusteloos en hebben nergens zin in. Ze kunnen niet meer genieten van plezierige dingen en voelen zich somber. Vaak hebben ze ook last van andere klachten zoals slaapproblemen, slechte concentratie, pijn, voortdurende vermoeidheid of een onbedoelde verandering van lichaamsgewicht. De depressieve student kan last hebben van schuldgevoelens, hij kan zich zondig of waardeloos voelen. Interesse in de studie, hobby’s en andere activiteiten kan verminderd of helemaal verdwenen zijn. Ook vermindering van (seksuele) gevoelens of totale gevoelloosheid kan voorkomen. Soms komen gedachten aan de dood steeds terug, de dood van anderen of van zichzelf. Het leven kan zo zinloos of somber lijken dat ze overwegen er een einde aan te maken. Depressieve mensen kunnen prikkelbaar zijn, of boos en agressief, waarbij het soms zelfs tot ruzie komt waardoor een depressieve stemming gemaskeerd word. Maar ze kunnen ook teruggetrokken zijn en tot weinig in staat.

Manisch-depressieve stoornis; ook wel genoemd bipolaire stoornis

De persoon in kwestie heeft wisselende periodes van een depressie (extreme dalen) tot periodes van zeer druk zijn (extreme hoogtes)

Psychose

Wat is psychotische kwetsbaarheid?

Mensen met een psychotische kwetsbaarheid hebben een verhoogd risico om psychotisch te worden. Het kan ook zijn dat iemand psychotisch wordt door bijvoorbeeld het gebruik van hard- of softdrugs of door een depressie. Als iemand psychotisch is dan kan hij stemmen horen, achterdochtig worden, angstig en zeer verward zijn. Meestal zijn psychotische mensen erg angstig en wantrouwig; vanuit die gevoelens kan men soms agressief en vijandig reageren. Vaak leeft men in angst en eenzaamheid.

Wat is een psychose?

Mensen met een psychose leven in hun eigen binnenwereld en communiceren vooral met hun eigen innerlijke zelf. Soms hoor je ze in zichzelf praten of lachen. Als je contact met hen probeert te maken, zien of horen ze je niet.

Het kan zijn dat de student beelden ziet die niemand anders ziet; of stemmen hoort in zichzelf. Die stemmen ratelen door elkaar heen. Daardoor kunnen mensen met een psychose zich in de war en boos voelen.

Ze kunnen door de stemmen uitgescholden worden of krijgen opdrachten om zichzelf of een ander iets aan te doen. Vaak denkt de betrokkene dat hij handelt uit lijfsbehoud. Hij vreest dat anderen hem iets aan doen.

Psychotische verschijnselen die de student kunnen treffen:

Wanen: denkbeelden die niet op waarheid berusten, maar wel waar lijken te zijn zoals achtervolgingswanen.

Hallucinaties, dingen waarnemen die er niet zijn zoals stemmen die bevelen geven.

Vreemd en verward gedrag

Chaotisch denken

Weinig of niet meer slapen

Sterke verandering van het sociaal gedrag wat opvalt bij dagelijkse werkzaamheden in contacten met anderen.

Verschijnselen naast de psychose:

Tussen de psychotische perioden kunnen mensen last hebben symptomen die de studie kunnen beïnvloeden die het functioneren op school kunnen doen verminderen.

Bij het onderwerp Tips voor mensen kunt u mogelijkheden zien die mogelijk kunnen helpen om het functioneren te verbeteren .

Andere uitingsvormen die voorkomen zijn:

Minder energie en initiatief;

Somber en uitgeblust zijn;

Een leeg gevoel en minder belangstelstelling voor de omgeving;

Een sterke behoefte om alleen te zijn;

Verminderde aandacht en concentratie;

Een moe gevoel; veel op bed willen liggen;

Minder heftige, juist vlakke emoties.

Borderline persoonlijkheidsstoornis

Wat is een borderline persoonlijkheidsstoornis?

Het is moeilijk precies te omschrijven wat een borderline persoonlijkheidsstoornis inhoudt. Je zou kunnen zeggen dat een student met een borderline persoonlijkheidsstoornis een ‘moeilijk karakter’ heeft, zowel voor zichzelf als voor zijn of haar omgeving. Net als bij andere persoonlijkheidsstoornissen zijn bij dit ziektebeeld drie belangrijke kenmerken uit evenwicht: realiteit, zelfbeeld en afweermechanismen. Iemand met een borderline persoonlijkheidsstoornis heeft een verstoord beeld van de werkelijkheid, heeft vaak een lage dunk van zichzelf en heeft te weinig afweermechanismen die hem kunnen helpen om moeilijke situaties te kunnen doorstaan.

Wat is een borderline persoonlijkheidsstoornis niet?

Een borderline persoonlijkheidsstoornis is geen (kortdurende) ziekte waarbij de student op bed moet liggen of opgenomen moet worden in een algemeen ziekenhuis. Het is ook niet aan iemand ‘af te lezen’ of er sprake is van een borderline persoonlijkheidsstoornis. Ook is het niet zo dat men tot niets meer in staat of niet tot normaal functioneren in staat is. Het is ook niet hetzelfde als het lastige gedrag dat jongeren en pubers vertonen.

Hoe vaak komt het voor?

Onderzoek heeft uitgewezen dat 1 á 2 van de 100 mensen lijden aan een borderline persoonlijkheidsstoornis..

Hoe herken je het?

De verschijnselen openbaren zich vaak rond het 20e levensjaar. Per persoon zijn er grote verschillen in hoe deze aandoening eruit ziet.

Hier worden een aantal verschijnselen genoemd. Het is echter niet zo dat álle genoemde verschijnselen voorkomen bij alle mensen met borderline problematiek

Moeite met adequaat contact leggen

Moeite om zich te hechten aan mensen en om mensen los te laten

Moeite om alleen te zijn, angst, paniek

Ontstemming, stemmingswisselingen, somberheid, zelfmoordgedachten, verveling

Zelfbeschadiging of zelfverwonding, om spanning te ontladen

Achterdocht, stemmen horen of beelden zien die voor anderen niet waarneembaar zijn

Impulsief gedrag, bijvoorbeeld moeite om kwaadheid te beheersen

Maatschappelijk geïsoleerd leven

Vaak alleen in zwart-wit termen denken, alles of niets

Eetstoornissen

Iedereen heeft elke dag te maken met voeding. Eten is gezond, je hebt het nodig om in leven te blijven. Maar mensen die lijden aan een eetstoornis hebben een probleem met eten. Ze zijn bang voor voedsel omdat ze denken dat ze er te dik van worden. Of ze eten overmatig en hebben daar onmiddellijk weer spijt van. In elk geval is datgene wat voor de meeste mensen heel gewoon is, voor hen een dagelijkse bron van zorgen.

Globaal gezien zijn er twee soorten eetstoornissen.

Anorexia nervosa

De eerste is Magerzucht of anorexia nervosa. mensen die aan deze stoornis lijden, proberen ten koste van alles slanker te worden. Ze zijn als de dood voor voedingsmiddelen met veel calorieën. Ze zijn voortdurend bezig met lijnen. Ook proberen ze af te vallen door veel lichaamsbeweging. Ze doen bijvoorbeeld fanatiek aan sport of leggen te voet of op de fiets enorme afstanden af. Anorexiecliënten zijn geobsedeerd door hun lichaamsgewicht. Ze blijven zich altijd dik voelen, ook al zijn ze levensgevaarlijk mager.

Boulimie

Boulimie is lijden aan eetverslaving. Regelmatig voelt men een enorme drang om te eten. Die drang is zo sterk dat ze hem bijna niet kunnen weerstaan. Tijdens zo’n bui eten ze alles wat maar eetbaar is achter elkaar op, zonder het echt te proeven. Het gaat er niet om dat ze honger hebben, het gaat om het eten zelf. Achteraf hebben cliënten vaak spijt dat ze zoveel naar binnen hebben gewerkt. Ze willen het dan ook zo gauw mogelijk weer kwijt. Vaak proberen ze dat door zelf een braakreactie op te roepen. Ook gebruiken ze nogal eens laxeermiddelen. Daarna proberen ze krampachtig te gaan lijnen. Hierop volgt dan weer een nieuwe eetbui.

Symptomen

Eetstoornissen beginnen vaak met het voornemen van iemand om af te vallen. Een eerste symptoom van eetstoornissen is aanwezig als dat lijnen heel krampachtig gebeurt. Of als hij of zij er van overtuigd is dat hij écht te dik is, terwijl niemand in de omgeving dat vindt. Het eetgedrag verandert. mensen kunnen nogal eens met veel zorg uitgebreide maaltijden voor anderen klaar, maar zelf nemen ze vervolgens niets. Of ze eten alleen en op abnormale tijden, bijvoorbeeld ‘s nachts. De student kan vaak heel veel informatie geven over de voedingswaarde en de samenstelling van eten. Door hun obsessie weten ze er alles van. mensen die aan eetstoornissen lijden kunnen onhandig in de omgang met anderen. Ze voelen zich lelijk en onzeker. Ze zijn bang om afgewezen te worden en denken dat ze alles perfect in orde moeten hebben voor anderen hen goedkeuren. Als de eetstoornis langer bestaat, gaan mensen er slecht uit zien. Uiteindelijk kan iemand zelfs dood gaan aan een eetstoornis.

Autisme

Autisme wordt beschouwd als een ontwikkelingsstoornis met een neurologische oorzaak. De hersenen van een persoon met autisme functioneren anders.

Hierdoor kunnen hun waarnemingen uit losse fragmenten bestaan die voor de mens met autisme vaak niet de verbanden hebben, die voor anderen vanzelfsprekend zijn.

Mensen met autisme hebben beperkingen in de sociale interactie, beperkingen in verbale en non-verbale communicatie en beperkingen in het verbeelding- en voorstellingsvermogen. Alle mensen met autisme ervaren op hun eigen manier hun beperkingen en problemen. Soms ervaart alleen de omgeving dat iemand anders is.

Autisme is een verzamelnaam voor stoornissen die vallen onder de psychiatrische stoornissen die worden geclassificeerd volgens de zogenaamde DSM-IV-TR criteria.

Dit systeem wordt wereldwijd gebruikt. Er worden vijf subgroepen van autisme onderscheiden en dat zijn:

(klassiek) autisme

de stoornis van Asperger

PDD-nos

RET syndroom

Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd

Naar verwachting hebben in Nederland ongeveer 90.000 mensen autisme. Er is nog geen nader onderzoek naar gedaan in ons land. Wij baseren dit getal op recente epidemiologische studies die in het buitenland zijn uitgevoerd. Autisme komt voor bij 0,58% van de bevolking.

3. Mythes en feiten over psychiatrische aandoeningen

Mythe 1: Mensen met psychische beperkingen kunnen niet voldoen aan de eisen van de opleiding

Feit: Met ondersteuning en redelijke aanpassingenkunnen mensen die dat willen met succes studeren in een reguliere opleiding

 

Mythe 2: Mensen met psychische beperkingen vertonen storend gedrag op school

Feit: Mensen met psychische beperkingen zijn niet meer of minder storend dan andere studenten

 

Mythe 3: Mensen met psychische beperkingen zijn niet geïnteresseerd in het (blijven) volgen van een reguliere opleiding op MBO-, HBO- of Universitair niveau

Feit: Wanneer informatie over en de mogelijkheid tot het (blijven) volgen van een opleiding worden geboden, reageren de meeste mensen met psychische beperkingen positief

 

Mythe 4: Mensen met psychische beperkingen kunnen niet omgaan met de stress op school

Feit: Mensen met psychische beperkingen zijn in staat om te gaan met het niveau van stress dat zij zelf kiezen; in feite kan het maken van een betekenisvolle keuze stress verlagen