Hulpverleners

Hulpverlening en studeren:
In dit hoofdstuk willen we een aantal items beschrijven voor hulpverleners aan studenten.

1. Hoe weet ik of de cliënt weer zover is dat hij kan (gaan) studeren?
2. Hulp bij het kiezen voor de cliënt van een haalbare en concreet onderwijs richting.
3. Welke ondersteuning is er zoal binnen en buiten de (toekomstige) leeromgeving?
4 .Wat zijn veel voorkomende studie-eisen?
5. Specifieke aanpassingen.

”Vraag

Antwoord:
Het antwoord op deze vraag hangt van een aantal factoren af: de student zelf, aansluitende mogelijkheden van de onderwijsinstelling en de financiële (on)mogelijkheden.

a) De student zelf
Op de vraag of de student weer zover is om te (kunnen) gaan studeren is geen eenduidig antwoord te geven. Dit hangt ten dele af van zijn of haar psychische conditie maar ook andere factoren spelen een belangrijke rol. Hierbij kunt u denken aan de motivatie voor de studie, het zelfvertrouwen, de benodigde ondersteuning en de mogelijkheden daartoe en of de cliënt al weet wat hij wil gaan studeren.

b) De verschillende mogelijkheden in onderwijs
Een fulltime studie volgen kan bij de student die (nog) moeite heeft zich langdurig te concentreren en snel moe is een zeker risico met zich meebrengen. In veel fulltime opleidingen wordt een maximum aantal verzuimdagen gehanteerd en als er teveel lessen worden gemist loopt de student het risico dat hij het hele jaar over moet doen vanwege teveel afwezigheidsdagen.
Als het voor een student belangrijk is om het (onderwijs)tempo te kunnen aanpassen, dan bestaat er binnen verschillende onderwijsinstellingen de mogelijkheid om een opleiding in deeltijd te doen. Voor weer een ander kan het van belang zijn om een opleiding in delen te kunnen volgen d.m.v. deelcertificaten; de student kan, indien gewenst, tussendoor een tijdje stoppen. Voor studenten die het nodig vinden om geheel in eigen tempo te kunnen studeren bestaan mogelijkheden voor zelfstudie via een schriftelijke opleiding, e-learning, e.d. Hierbij kunt u denken aan L.O.I., P.B.N.A., Open Universiteit

c) Financiële (on)mogelijkheden
Wat de financiële mogelijkheden betreft, kan gesteld worden dat dit afhangt van de specifieke situatie van de cliënt. Heeft de student/cliënt (nog) recht op studiefinanciering of niet, heeft de student/cliënt een uitkering van de sociale dienst of een WAO-uitkering. Voor een student/cliënt die weer onderwijs wil gaan volgen is het goed dat hij op de hoogte is van deze financiële (on)mogelijkheden. Uitgebreidere informatie kunt u hierover vinden op de site financiële (on)mogelijkheden

”Vraag

Antwoord:
Hulp bij het kiezen van een concrete en haalbare studie kan binnen en buiten de hulpverlening.
Binnen de GGz hulpverlening kunt u denken aan een rehabilitatiecentrum, een bureau voor trajectbegeleiding, een cursus oriënteren op leren, e.d. In deze begeleidingstrajecten wordt met de cliënt gewerkt aan het toewerken naar een haalbaar opleidingsdoel van zijn eigen voorkeur en wordt onderzocht welke hulpbronnen en vaardigheden de cliënt nodig heeft om met succes en tevredenheid een opleiding te gaan en blijven volgen.
Lees meer onder algemeen;( kiezen/verkrijgen/behouden van een opleiding)

Buiten de hulpverlening bestaat in diverse opleidingsinstellingen de mogelijkheid voor een oriëntatiefase binnen het onderwijs, een assesment, een beroepskeuzetest, e.d. Wel is het dan nodig dat de cliënt zich al ingeschreven heeft voor de opleiding en daarvoor aangenomen is. Ook reïntegratiebureau’s kunnen hulp bieden bij het maken van een keuze voor een toekomstige studie.

”Vraag

Antwoord:

1. Binnen het onderwijs
2. Buiten het onderwijs

Binnen het onderwijs
Over het algemeen kun je stellen dat het afhangt van de plek waar de student gaat studeren:

(V) Mbo – Onderwijs
Binnen (v)mbo – hbo en universiteit zijn ondersteuningsmogelijkheden verschillend georganiseerd.
Voor een overzicht in uw plaats (zoals we dat tot nu toe hebben geïnventariseerd) kunt u klikken op “in de regio”?
Veel m.b.o. instelling hebben een afdeling onder een algemene naam als “studenten dienstverlening” waar u contact mee kan opnemen.

Binnen Hbo en Universiteit:
Studenten kunnen voor begeleiding en vragen bij verschillende deskundigen aankloppen.
Er zijn studentenbegeleiders binnen de opleidingen, speciaal voor studenten van die desbetreffende opleidingen en er zijn ook meer algemene begeleiders waar alle studenten terecht kunnen.

Begeleiders voor alle studenten
Studententendecanen

  • Studentendecanen adviseren studenten van alle opleidingen op het gebied van de zakelijke kanten van de studie (studievertraging, financieen, enz.). Tevens bemiddelen zij bij conflicten

Studentenpsychologen:

  • Studentenpsychologen helpen studenten van alle opleidingen bij het oplossen studie- en studentenproblemen. Naast individuele gesprekken zijn er workshops en trainingen (planning, tentamenvrees, studie-stress, enz.)

Studiekeuze-/loopbaanadviseurs:

  • Studiekeuze/loopbaanadviseurs ondersteunen studenten bij het afwegen van hun keuzes m.b.t. studie en studieloopbaan en het nemen van beslissingen daarover. Naast individuele gesprekken zijn er workshops en trainingen.

Mentor/tutor/docent:

  • Alle eerstejaars studenten hebben een mentor/tutor en deze is een goed eerste aanspreekpunt. Daarnaast zijn vele docenten bereid met studenten te spreken.

Studieadviseur/studiecoördinator:

  • De studieadviseur/studiecoördinator van jouw opleiding is de deskundige op het gebied van deze studie en eventuele problemen (vertraging, planning, examenregelingen, enz.) die kunnen optreden.

Buiten het onderwijs:
Buiten het onderwijs zijn specifieke ondersteuningsmogelijkheden aanwezig.
Welke van belang is hangt onder meer af van de (ondersteunings) vraag van de student/cliënt.
Kijk ook bij Bij hulpbronnen om veel voorkomende hulpbronnen nalezen.
(o.a. lotgenotengroepen; studiemaatjes , rehabilitatiecentrum.)

”Vraag

Antwoord:

  • In een groep kunnen werken
  • Kunnen bespreken met elkaar hoe en wat er wordt gedaan met een opdracht
  • Blijven praten en overleggen, ook als er groepsgenoten niets doen,iets anders willen, enz.
  • Elkaar respecteren en stimuleren
  • Discipline hebben om door te gaan, ook als de ‘coach’ (zo heet de mentor) niet controleert of er iets wel gebeurt
  • Iets durven presenteren, vertellen aan de hele klassengroep
  • Elkaar feedback geven en kunnen ontvangen
  • Kunnen plannen
  • Zelfstandig informatie opzoeken in de mediatheek, in boeken of op internet
  • Afspraken durven maken met instellingen of organisaties
  • Hulpvragen aan de coach als iets niet goed lukt
  • Stagelopen bij een instelling
  • Op tijd komen, afspraken nakomen
  • Voldoende kunnen concentreren op het werk

”Vraag

Antwoord:
Het is mogelijk dat een student om aanpassingen vraagt op grond van zijn/haar psychische beperkingen.

Als de cliënt/student hierom vraagt binnen de school kan het zijn dat de school contact zoekt met de behandelaar om te verifiëren of er werkelijk sprake is van psychiatrische beperkingen.
Als u, uiteraard met toestemming van de cliënt, informatie geeft, dan is het van belang te weten wat het effect van de aandoening is op het functioneren van de leerling/student op school. Bijzonderheden met betrekking tot de psychiatrische voorgeschiedenis, de diagnose en medicatie zijn op zich niet zo belangrijk, maar wel als het gaat om de hindernissen die erdoor worden opgeworpen voor het succesvol volgen van onderwijs. Het meest bruikbaar is informatie omtrent:

Welk gedrag het gevolg kan zijn van de aandoening of medicatie
Hoe dat gedrag volwaardige deelname en presteren op school in de weg kan staan
Welke strategieën of aanpassingen ertoe kunnen leiden dat de hindernissen worden weggenomen en dat de student/leerling beter
functioneert in de studenten-/leerlingenrol
Als men mensen met psychische aandoeningen gelijke kansen wil geven in het onderwijs, dan richt men zich op het verminderde functioneren dat het gevolg is van die aandoening. Vervolgens gaat men na welke steun of aanpassingen geboden kan worden. Het gaat daarbij niet om het bieden van steun bij gebrekkig functioneren in het algemeen, maar om functioneren dat voortkomt uit de aandoening en gerelateerd is aan het volgen van de betreffende opleiding. Het is dus belangrijk dat die relatie wordt gelegd. De aanpassing zou de docent of de school niet onnodig moeten belasten. Als een gevraagde aanpassing onredelijk is, dan is het het beste dit met de student te bespreken, om dan samen naar een alternatieve oplossing te zoeken . Als je er samen niet uitkomt kan wellicht in de school of erbuiten een bemiddelaar worden gevonden.Ook kan het zijn dat de school hierover contact zoekt met een behandelaar of begeleider van de GGZ.

Voorbeelden van mogelijke aanpassingen:

  • Drinken meenemen in de klas (vanwege medicatiegebruik)
  • Gebruik maken van specifieke hulpmiddelen (bijvoorbeeld een voicerecorder)
  • Aangepast examen (bijvoorbeeld schriftelijk i.p.v. mondeling of andersom; meer tijd om het examen te doen).
  • Aangepast lestempo
  • Extra ondersteuning van een docent
  • Andere plaats in de klas
  • Vervangende opdrachten